Wonen aan boord
Onderdeks bevindt zich de schipperswoning. Deze bestond, vanaf de nieuwbouw, uit een woonkamer, twee kleine slaapkamers een ouder slaapkamer, een keukentje en een ‘mooie kamer’.

De oppervlakte van deze woning was voor die tijd ruim, in vergelijking met de roef op een binnenvaartschip zelfs riant te noemen. Er was stahoogte, daglicht en ventilatie via enkele koekoeks aan dek. Op de elevatoren van de GEM in Rotterdam was wonen gratis. Stond wel tegenover dat er wel van de schipper werd verwacht dat hij altijd standby stond. Nadeel van wonen aan boord was het stof wat vrijkomt bij de overslag en in de zomer de warmte in de woning waar stoomleidingen voor de stoomlieren door het plafond lopen. Voor de kinderen van de schipper niet altijd leuk want spelen op het dek was er niet bij, ze liepen of in de weg of de knikkers verdwenen direct in de haven omdat het dek een beetje bol staat. Waar dan wel spelen? Soms in het lege ruim van het naastliggende binnenvaartschip. Toilet? Op het voordek, dus altijd naar buiten. Vanaf de bouw begin twee toiletten met waterspoeling, eentje voor het schippersgezin, de ander voor de bemanning en dan was er ook nog op dek niveau en in de toren een pissijn voor de mannen dan wel voor de weger.
Stromend water kwam uit hoog geplaatste tanks > door de valdruk kwam er een aardig straaltje water uit de kraan. Water voor de bemanning om de handen te wassen en voor de schipper en gezin voor het huishouden. Warm water werd gemaakt in het ketelruim door een stoomspiraal in een emmer water te houden tot de gewenste temperatuur was bereikt.


Foto’s; heer Jan Hokke en gezin. Woonde en werkte op een graanzuiger van de G.E.M.
Stichting Rotterdamse Graanelevator 2026