https://elevator19.nlhttps://elevator19.nl/wp-content/themes/e19

Stadsgraanzuiger No. 19 deel VIII  (augustus 2026)

19 augustus 2026

     

Ooggetuigenverslag van een lossing

De Graan Elevator Maatschappij had vroeger zijn kantoor en werkplaats aan de Maashaven en dat was dan ook de thuishaven van de Rotterdamse elevatoren. Op het terrein stond een grote klok. Elevatoren, die er lagen afgemeerd, lagen, zoals men dat noemde “aan de klok”.

Onderstaand verhaal is opgetekend uit de mond van een gepensioneerde elevatorschipper. Hij had zijn elevator op zaterdagavond “aan de klok” afgemeerd en de bemanning was door de walbaas op maandagmorgen, een uur voor het begin van de werktijd, terugbesteld.

Het woord “veter” in de tekst is een Rotterdamse verbastering van het woord elevator. We laten de schipper aan het woord:

“Op stootgaren”

“’s Maandagsmorgens daar gekomen zien we al twee sleepboten van Smit klaarliggen. De veterbaas gaat zich in het walkantoor melden en hoort daar dat we naar boei 98 in de Waalhaven versleept worden. Daar ligt de “Ocean Star”. We moeten beginnen op ruim 2 noordzijde, waar 800 ton tarwe ligt, later gaan we nog naar ruim 1 en 3.  Achterop komt er in de loop van de dag nog een veter bij. Deze mededelingen zijn van belang voor de plaats waar we onze meerdraden zetten. In dit geval op het voorschip en bij ruim 4, zodat we ons gemakkelijk heen en weer kunnen trekken wanneer we moeten verkassen. Intussen gooit de dekploeg de meeste meerdraden los en maken de sleepboten vast. We liggen dan “op stootgaren”. De stoker is bezig met opstoken en één van ons zet zo gauw mogelijk koffie. Als de baas aan boord is en we genoeg stoom voor de winches hebben, gooien we de rest van de draden los en vertrekken naar de Waalhaven.

Na een twintig minuten varen zien we de “Ocean Star”, een oude roestbak, liggen met de laadbomen nog boven de ruimen. De bemanning is bezig met openleggen en stapelt de houten luiken netjes op. Ze moeten daarna met de bomen enkele schilden uit de nesten lichten en ook aan dek leggen. (schilden zijn stalen balken, waarop de luiken rusten)

“Stellingen”

Omdat we weten, dat we later naar ruim 1 moeten, gooit onze schipper bijtijds een dwarsanker uit, zodat we later niet onder de overhangende kop van de zeeboot terechtkomen.

Daarna trekken de sleepboten ons langszij. We gooien de ladder tegen het zeeschip en drie mannen klimmen vlug aan dek met twee werplijnen bij zich. Wij trekken gauw de ladder terug en gaan dan naar de kant van de veter waar de wind op staat, nu op het voorschip. Twee draden naar boven, de ankerketting vieren; één sleepboot kan nu weg. De schipper viert de draden bij terwijl de andere boot ons naar ruim 4 trekt. Daar zetten we weer twee draden vast; nu kan ook de tweede boot weg en met onze stoomwin­ches trekken we ons op de goede plaats. Nu nog twee steekdraden erbij, de ankerketting wordt wat doorgehaald, de ladder gaat weer over en wordt nu veilig vastgezet, er wordt een relingtrapje bijgezet en we brengen de geien over om de gieken, waaraan onze zuigpijpen hangen, boven dek te trekken.

De scheepsbemanning is inmiddels klaar en heeft de bomen getopt, d.w.z. langs de zaling van de mast getrokken. Daar hebben wij dus geen last meer van. We trekken nu onze pijpen tot aan de rand van het luikhoofd en kijken hoeveel lengte we aan moeten koppelen. De reservepijpen worden met de benodigde schoppen, bezems en buigzamen van ons pijpendek aan boord van het zeeschip gelegd en het “stellingen” kan beginnen.

“Alles klaar”

Tussen veter en zeeschip zien we af en toe een grote stoomwolk en de meester komt boven om te zeggen, dat we wat hem betreft kunnen gaan draaien. Met een klein motorbootje zijn intussen wat controleurs aangekomen. Eén daarvan begint met onze schipper de rond om ons heen draaiende lichters in de juiste volgorde langszij te leggen. De andere controleur klimt naar de weegkamer om de schepen en hun te laden tonnage met nog wat andere gegevens in het weegboekje te zetten. De weger heeft de schaal geijkt met de gelijkmaker of evenaar, het beginnummer gecontroleerd, de weeglijst en de dagstaat zo ver als mogelijk ingevuld en loopt nog even naar buiten.

De bootsman heeft zijn pijpen in het ruim hangen, kijkt op zijn horloge, ziet dat het tijd is en geeft een seintje naar de weger. Die belt naar de machinist, dat hij de pompen bij kan zetten en de lossing begint.

“Afgelopen”

De schipper tikt op de spreekbuis en zegt dat de Adriana V eronder ligt voor vierhonderd ton. Tweehonderd ton vóór en tweehonderd ton achter; graag bij de laatste twintig ton een seintje om de lichter gelijklastig en recht te houden. De weger noteert dat. De twee controleurs, waarvan de één de ontvanger (= koper) vertegenwoordigt en de ander de aflader (= verkoper), schrijven het beginnummer van de automatische teller op en volgen en tellen de wegingen die nu komen en controleren af en toe met de weger of de schaal verloopt, d.w.z. of de evenaar verschoven moet worden omdat er meer en meer stof op de weegschaal achter het schot komt te liggen. Op de schaal staat 300 kg aan gewichten. De weger zet zijn linker duim onder de ongelijke “zwaantjes” van de bascule en trekt met de rechterhand aan een handel, die twee gaten in de inmiddels halfvol gelopen bunker opent. Nu lopen er twee stromen graan in de bak van de bascule en, als de twee zwaantjes bijna gelijk liggen, duwt de weger net op tijd de handel naar voren. De graanstroom stopt en met een klein handeltje wordt de laatste kilo bijgetapt. De zwaantjes staan nu precies gelijk. Dan wordt met een ander zwaar handel de bak van de weegschaal opengetrokken. Het graan glijdt nu in de onderbunker en via een door onze schipper bediende klep via de stortpijp in de lichter. De teller slaat een volgend nummer aan, de weger zet een cijfer op de weeglijst naast zich, en de controleurs zetten een streep in hun boekje. De weger gooit de schaal dicht, trekt de bovenste handel weer naar achteren en de handelingen herhalen zich. De machine doet bijna 200 ton per uur. De weger heeft uitgerekend en genoteerd, dat hij voor deze lichter 133 keer 3 ton moet wegen. Dat is 399 ton; de Adriana krijgt er dan nog één ton bij. Daarom gooit de weger bij de laatste “bak”, 200 kilo aan gewichten van de schaal om aldus 1000 kilo graan te kunnen wegen. Deze “wanschaal” wordt apart op de weeglijst vermeld. Na de waarschuwing van “1 ton” roept de weger nu via de spreekbuis of uit het raam naar de schipper dat “de laatste bak er aankomt” en, als de onderbunker leeg is, “AFGELOPEN”.

“Jakkeren”

Hij vult dan de eindstand in op de weeglijst en de begin‑ en eindtijd op de dagstaat, schrijft een weegbonnetje voor de schipper, zet de 200 kg aan gewichten weer op de schaal, vult een nieuwe weeglijst in en gaat dan weer vlug verder met de volgende lichter. In het ruim gaat het nu wat langzamer. De helft is er uit, dus nu moeten de tremmers met de bootsman er een buigzame aanhangen en een twee-meterpijp met een kromme does. Eén pijp wordt afgeblind en men gaat met drie pijpen verder. Het “licht” in de weegkamer gaat twee keer aan en uit, een teken uit de machinekamer dat er weer koffie is. Een van de controleurs is zo goed om koffie te halen.

De baas heeft in overleg met de stuurman alvast ruim 1 open laten leggen, zodat we, als het tussendek van ruim 2 leeg is, zonder tijdverlies naar ruim 1 kunnen verhalen; de lichters voor ruim 1 liggen al driebreed langszij. We proberen altijd om zonder stoptijd te werken, dit tot genoegen van de GEM en van de controleurs. Jakkeren is onze natuur en we trachten dan ook steeds om in dezelfde tijd op vergelijkbare ruimen meer weg te hebben dan andere veters. Zo werken we gestadig door en als het schip bijna leeg is belt de veterbaas het kantoor om sleepboten en gaan we naar een “verse” boot.”

Verklaring van enkele woorden en uitdrukkingen:

Afbreken:   

De zuigpijpen afkoppelen.

Buigzame:   Buigzaam verlengstuk voor een zuigpijp, waarmee onderdeks en in de hoeken van een ruim gewerkt kan worden.

Does:         

Mondstuk van een zuigpijp. Komt van het Duitse “Düse”(= straalpijp)

Gei:           

Enkelschijfs blok (katrol) met 10 mm touw. Dient om de giek heen en weer te halen bij stellingen en afbreken.

Stellingen:   De elevator op de juiste plaats langs het ruim leggen en de pijpen aankoppe­len.

Zwaantjes:  Zwanehalsvormige uitsteeksels op het vaste en bewegende deel van het weegmechanisme. Als ze gelijk aan elkaar staan bevat de schaal het gewenste gewicht.

Op stootgaren liggen:

Klaarliggen voor onmiddellijk vertrek; met nog een enkele draad vast.

Stichting Rotterdamse Graanelevator 2026