Aan den Wolfshoek

Najaar 1988 worden de in september 1987 aangeworven mensen genodigd voor een eerste werkbijeenkomst aan boord. Er melden er zich 32. Aan de Wolfshoek beginnen we met ‘puinruimen’

De voorzieningen aan boord zijn Spartaans. Tijdens de redelijk strenge winter geven twee diesel gestookte kacheltjes weinig warmte maar wel veel stank.

Toch spat het enthousiasme er van af. Omdat de Wolfshoek ruim 500 meter verwijderd ligt van de werkplaats lopen we vele kilometers met kapot gevroren buizen en afsluiters op onze schouders. Wat we dan leren is dat dikwandige leidingen snel erg zwaar worden.

Vanaf de winter van ‘88 - ‘89 zijn we voortaan iedere week bezig met restauratie en herstel.

In voorjaar 1988 wordt de elevator voor het eerst sinds jaren gedokt. De buitenzijde van het ponton wordt gestript en gestraald. Jammer voor ons is dat ze de opbouwen aan dek, die wij net in de ijzerglimmer hadden gezet tot een halve meter hoogte ook stralen. In elk denkbare hoek zitten kilo’s straalstof. De puinhoop lijkt al maar groter te worden. Als dan ook nog de asbestsanering van start gaat is de chaos compleet.

Al met al bivakkeren we enkele weken bij Verolme Dockyards in de Botlek. Van Frans Stoop (werf- of dokbaas bij Verolme) krijgen we, voor hen overtollig en verouderd, (ketel)gereedschap mee. Later zullen we hem als vrijwilliger techniek terugzien bij het Maritiem Buitenmuseum.

Na een feestelijke terugkeer in de Leuvehaven mogen we “tijdelijk” voor ‘Loods 2’ liggen wat ons werk stukken prettiger maakt. Voor de hand ligt dat machinekamer en ketelruim prioriteit krijgen maar als het weer meewerkt krijgt ook de buitenkant aandacht.